Tijdens Ride & Run krijg je te maken met verschillende ondergronden; de ene keer rijd je over een onverhard ruiterpad, dan weer een stukje over de verharde weg, misschien moet je zelfs door een modderig stuk bos. Daarom geven we je wat tips hoe je paard hier mee om kunt gaan.

Trainen

Train de coördinatie van je paard door vaak korte stukjes over een slechte bodem te stappen. Liever elke dag een kwartiertje dan 2 keer per week een uur. Stap bijvoorbeeld door modder, diep zand, waterplassen enz. Als je merkt dat stap gemakkelijk wordt voor je paard, ga je korte stukjes draven en vervolgens galopperen. Voelt je paard niet zeker op zijn benen? Neem dan weer een stapje terug. Heeft je paard ijzers? Die zijn wat gladder, dus neem meer tijd om de coördinatie te trainen.

Harde, gladde bodem

Een harde, gladde bodem hoeft geen probleem te zijn. Paarden met gezonde benen vinden het vaak zelfs makkelijker dan een zachte, ongelijke bodem. Een harde bodem zorgt wel voor meer schokken, hier zijn de meeste paarden niet aan gewend. Rijd daarom gemiddeld langzamer, zodat de benen van je paard niet te veel te verduren krijgen.

Ijzers

Heeft je paard geen ijzers? Als hij zijn passen korter maakt of duidelijk gevoelig is, rijdt dan nog langzamer en overweeg om ijzers te nemen (alleen voor de voorvoeten is vaak voldoende).

Harde, ongelijke bodem

Is de bodem hard én ongelijk? Ga dan terug naar stap. Je kunt er ook voor kiezen op de openbare weg te stappen en stukjes te draven als het pad waar je nu rijdt hard en ongelijk is.

Help je paard

Laat je paard het niet allemaal zelf oplossen, maar help hem een beetje. Door contact op de teugels te houden en de achterhand te activeren, zorg je voor een betere balans. Daarnaast kun je zo op elk moment sturen naar het beste stukje bodem.

Wijken

Nóg beter wordt het als je paard goed aan het been is en een pasje kan wijken. Zo kun op het laatste moment nog van richting wisselen. Je dressuur-instructeur kan je hierbij helpen.

Plassen

Leer je paard door plassen te lopen. Wanneer je over een smalle rand langs een plas stapt, loop je het risico dat je paard van de rand af glijdt en jullie samen vallen. Als je de bodem kunt zien of de paden kent, kun je gerust door de plas rijden.

Tempo

Een constant tempo kost het minste energie. Hoe minder vaak je je paard terug hoeft te nemen voor een verandering in de bodem, hoe beter!

Veiligheid

Veiligheid voorop! Neem gas terug voor gladde bochten en bij heuvelaf rijden.

 

Bron: KNHS